Temperaturomrekening (°C, °F, K)

Gebruik de formules voor elke waarde; de tabel bevat makkelijk te onthouden ijkpunten.

Bijgewerkt:

Eenhedenomrekening

Voer een waarde in — het resultaat werkt direct bij.

Ijkpunt°C°FK
Absoluut nulpunt-273.15-459.670
Water bevriest032273.15
Koele ruimte1559288.15
Kamertemperatuur2068293.15
Lichaamstemperatuur3798.6310.15
Water kookt (1 atm)100212373.15
Matige oven180356453.15
Formule C→F°F = °C × 9/5 + 32
Formule F→C°C = (°F − 32) × 5/9
Formule C→KK = °C + 273.15

Opmerkingen

Formules en waarom ze werken

Temperaturomrekening rust op twee formules: °F = °C × 9/5 + 32 en K = °C + 273.15. De Fahrenheit-formule is affien, niet puur vermenigvuldigend, omdat de schalen van nulpunt verschillen: 0 °C, het vriespunt van water, is 32 °F. De factor 9/5 weerspiegelt de grootte van de graden — de 100 Celsiusgraden tussen vries- en kookpunt beslaan 180 Fahrenheitgraden, dus één Celsiusgraad gelijkt 1,8 Fahrenheitgraden. Kelvin houdt de grootte van de Celsiusgraad aan maar verplaatst het nulpunt naar het absolute nulpunt, daarom geldt −273.15 °C = 0 K (eerste rij van de tabel). Reken nooit met een blote verhouding om: in tegenstelling tot lengte hebben temperatuurschalen willekeurige nulpunten, dus de verschuiving is verplicht; en voor F→K ga via °C als tussenstap.

Veelvoorkomende fouten

De meeste omrekenfouten komen uit enkele gewoontes. De klassieker: de verschuiving van +32 (of −32) vergeten; 20 °C is 68 °F, niet 36 °F. Ten tweede: de factor 9/5 omdraaien — vermenigvuldigen met 5/9 terwijl 9/5 hoort, maakt van 100 °C 55,6 in plaats van 212 °F. Subtieler is het verwarren van een temperatuur met een temperatuurinterval: een stijging van 20 °C is een stijging van 36 °F zonder +32, omdat verschuivingen in verschillen wegvallen. Te vroeg afronden stapelt afwijkingen op — houd de volledige precisie vast tot de laatste stap. Gebruik ten slotte −40 als zelfcontrole: het is het enige punt waar beide schalen gelijk luiden, dus elke formule die daar faalt is fout.

Praktische ijkpunten

De rijen van de tabel dienen als mentale liniaal. Water bevriest bij 0 °C / 32 °F; een koele kamer ligt rond 15 °C / 59 °F; typische kamertemperatuur is 20 °C / 68 °F; lichaamstemperatuur 37 °C / 98.6 °F; en water kookt bij 100 °C / 212 °F op 1 atmosfeer. Voor het bakken staat een matige oven gelijk aan 180 °C / 356 °F. Met deze ankers toets je elke omrekening onmiddellijk — als de uitkomst een comfortabele kamer onder het vriespunt zet, klopt er iets niet. Voor snel hoofdrekenen onderweg geldt de vuistregel: verdubbel de Celsiuswaarde en tel 30 erbij; dat benadert Fahrenheit goed tussen 10 en 30 °C (20 °C → 70, echt 68).

Regionale en normatieve verschillen

Celsius is vrijwel overal de alledaagse schaal en de standaard in alle wetenschappelijke publicaties; Fahrenheit blijft vooral bestaan in het dagelijks leven in de Verenigde Staten en enkele andere gebieden. Kelvin is van andere aard: het is de SI-basiseenheid van temperatuur, gebruikt in de natuurkunde en thermodynamica omdat het nulpunt het echte nulpunt is — negatieve temperaturen bestaan niet in de gewone zin. Intervallen worden wisselend in °C of K genoteerd, want één kelvin is exact één Celsiusgraad. Bedenk verder dat het kookpunt van druk afhangt: de 100 °C geldt op 1 atmosfeer, en op hoogte kookt water enkele graden koeler; recepten en laboratoriumvoorschriften gaan daarom uit van standaarddruk tenzij anders vermeld.

Veelgestelde vragen

Hoe reken ik Celsius om naar Fahrenheit?
Vermenigvuldig met 9/5 en tel 32 op: °F = °C × 9/5 + 32. Zo is 20 °C = 68 °F.
Hoe reken ik Fahrenheit om naar Celsius?
Trek 32 af en vermenigvuldig met 5/9: °C = (°F − 32) × 5/9. Dus 98,6 °F = 37 °C.
Hoe reken je Celsius om naar Kelvin?
Tel 273,15 op: K = °C + 273,15. Het absolute nulpunt is 0 K, gelijk aan −273,15 °C.